Groeten uit Rotterdam

Groeten uit Rotterdam

Iemand  van deze tijd moet beschikken over een stabiele geestestoestand, standvastig van karakter zijn en het geloof hebben in de goedheid van de mens om niet een onuitstaanbare racist of xenofoob te worden. Je moet sterk in je schoenen staan en nuchter blijven om niet in de valkuil van het rechts­extremisme te geraken. Misschien is een bepaalde vorm van lafheid zelfs een vereiste om niet te willen weten hoe ons migratieland afstevent naar het bijna faillissement van de multiculturele samenleving. Wanneer je je alleen met je eigen besognes bezig houdt dan heb je het inderdaad al druk genoeg. Daarnaast kan onverschilligheid ook een goede raadgever zijn. Niet te hoeven denken is een wijze van leven en anders kun je alsnog wegkijken en doen alsof het niet bestaat.

Maar het bestaat. En het verwordt.

En als het verwordt, dan laat het sommigen niet onverschillig. Dan worden zij boze burgers. En als ze die rol in de media toebedeeld hebben gekregen dan worden ze netjes weg gezet door de culturele elite: het journaille en de columnisten van het grote morele gelijk. Zij manen hen aan om welwillend en barmhartig immigranten en allochtone Nederlanders tegemoet te treden. Indien er toch kritiek wordt geuit op de gang van zaken dan leggen zij hun wel even uit dat zij de dingen verkeerd zien en in de ban zijn van populisten. De intellectuele elite acht zich gids te zijn in een complexe en steeds vreemder wordende wereld waarin alleen zij van de hoed en de rand weten. Wie twijfelt of zijn zorgen uit over de wording van het veelkleurige tapijt van de nieuwe samenleving wordt algauw neergezet als iemand van het domme tokkie­volk.

Dat op deze paternalistische manier wordt gecorrigeerd is een sprong voorwaarts. Er was eens een tijd dat een gekozen democratische partijleider in het centrum van onze rechtsstaat, de Tweede Kamer, gewoon de mond werd gesnoerd door de toenmalige voorzitter daarvan. Een fundamentele en schandelijke fout waar je in die tijd mee weg kon komen want het was bon ton om critici van migratie überhaupt te vereenzelvigen met Nazi’s. Wilde je je mond niet laten snoeren en ging Janmaat je te ver omdat je uit goed fatsoen niet op die man kon stemmen, dan was de VVD van die andere criticaster van de multiculti samenleving, de heer Bolkestein, een goede optie.

Ondertussen rotte het verder door. Men zag dingen gebeuren waarover men niet mocht spreken vanwege de moreel correcte censuur die in het algemeen zo gevoeld werd. We weten allen hoe het verder ging. Daar kwam Fortuin in de politieke arena die op de barsten en gaten wees van het poldermodel, in zijn woorden: de puinhopen van paars. Hij werd de spreekbuis voor allen die de misstanden van het multiculturele drama (Paul Scheffer) dagelijks aan den lijve ondervonden. Paul Scheffer nota bene, een van de prominente denkers binnen de Pvda, had de euvele moed om in genoemd essay uit het jaar 2000 (!) geheel tegen de tijdgeest in o.a. te schrijven:

De tolerantie kreunt onder de last van achterstallig onderhoud. Het multiculturele drama dat zich voltrekt is dan ook de grootste bedreiging voor de maatschappelijke vrede.

Profetische woorden van zestien jaar geleden. En hoe staat het er meer dan een decennium later voor? Wijken zoals in Zaandam, Ede­Veldhuizen, Gouda, Veghel en in andere steden zijn in no-go areas veranderd.

Uiteraard bleven de reacties niet uit. Een essay mocht Scheffer in de ‘kwaliteitskrant’ NRC wel plaatsen mits de tegenkrachten ruimte genoeg zouden krijgen om hetzelfde stuk in de vele opeenvolgende afleveringen van de krant van repliek te dienen. Dat is uiteraard hun goed recht op basis van vrijheid van meningsuiting. Duidelijk werd wel hoe sterk het geloof en het vertrouwen in de meeste reacties nog was in de maakbaarheid van een gevarieerde en cultureel diverse wereld waarvan de oneffenheden met de tijd zouden worden weggestreken.

Weldra volgden er anderen die op soms grove wijze een sterk opkomende en totalitaire religie zagen groeien met nieuwe kuisheidsregels en dogma’s, een religie die wezensvreemd is aan een tweeduizend jaar oude joods­-christelijke cultuur. Daarop aansluitend profiteerden de nieuwe gelovigen van het recht op bijzonder onderwijs door het oprichten van islamitische scholen.

Het probleem is dat als een islamitische school een fundamentalistische en politieke Islam voorstaat, dit op kinderen overgebrachte gedachtegoed hen verder laat afstaan van de universele waarden van individuele vrijheid en redelijkheid. Samen met een etnische profilering heeft de radicale Islam een grote invloed op diegenen die zich afzetten tegen de cultuur en de samenleving waarin zij verblijven. Integratie is in zo’n geval geen optie. Het slachtofferschap zal verder worden gecultiveerd zoals ook de misplaatste identificatie met het moslimschap en de geïdealiseerde verworteling met bijvoorbeeld het Turkije van Erdogan. Die identiteit mag als een valse identiteit worden beschouwd, te meer omdat het een dekmantel en een excuus is voor hun ingevreten minachting voor de waarden in dit deel van de wereld die zij niet willen delen. En het resultaat is dat zij zich, naar het voorbeeld van de ghetto’s in Amerikaanse steden waar gewapende bendes de dienst uit maken, op gelijke wijze denken de wijken en buurten toe te eigen en tot een vrijstaat te maken.

Dan gebeurt het dus dat je in eigen land wordt uitgescholden voor  tata , de straattaal van de allochtoon voor de aardappeleters die u en ik, beste lezer, in hun ogen zijn. Wij zijn immers blanken met een latent racisme, de witte man en vrouw van wie zij niet onder de indruk moeten raken en die zij koesteren om te haten.

Daar gaan dan al je zuurverdiende centen aan subsidies en ander gemeenschapsgelden: integratie­ en participatieprojecten, huis aan huis bezoeken, thee drinken, een toeristische bezoekje brengen aan de Haman… het helpt allemaal niets.

Dit is het monster wat onkunde en vooringenomenheid hebben gebaard. Naast de privileges van onderwijs in eigen taal en de luxe van dubbele paspoorten waren onze nieuwe mede-­Nederlanders een lange tijd onaantastbaar. Teveel is toegelaten en naar hun mond gepraat. We hebben ze ontzien en voor ze gebogen om als stank voor dank   “kanker kaaskop” naar je hoofd geslingerd te krijgen.

 

Hoe staat de politiek hierin? “Pleur op!”, zei de minister­president, “als je niet onze waarden wil aannemen”. Hij nam zijn woorden niet terug. De oppositie reageerde verbijsterd: “Woorden die wij hier niet accepteren” zei D66. “Armoedig”, riep de Pvda. “Jongens, jullie moeten ophouden” zei staatssecretaris van der Steur.

Maar waar waren zij toen na de mislukte couppoging in Turkije tijdens de demonstratie in Rotterdam de NOS verslaggever werd gesommeerd op te rotten met zijn camera? Waar waren zij toen de vrije nieuwsgaring, een van onze democratische verworvenheden, in het gevaar kwam? Wis en waarachtig, als je niets anders kunt zeggen dan “*Jongens ophouden*” of je zwijgt in alle talen, nee dan straal je de autoriteit uit waar men niet van terug heeft!

Het is moeilijk om toe te geven als datgene waar je je leven lang in hebt geloofd een onwaarheid blijkt te zijn, een falsificatie gevormd door de modieuze opinies van een bepaalde tijd. Kwaliteitskranten (NRC, de Volkskrant, Trouw) negeren het nieuws wat hen niet uitkomt zodra het koren op de molen wordt van de PVV. Alleen berichten over succesvolle allochtonen vinden een plaats omdat ze vooral de voorbeeldfunctie hebben te dienen. En zo kan Nederland plotseling uitgeroepen worden tot immigratieland, alsof zoiets een automatisme is. Mij is echter niets gevraagd, u denk ik ook niet.

De NRC bestond het om een artikel (Woensdag 14 September 2016) over de rellen in Zaandam  te plaatsen waarin een of andere ‘woordvoerder’ van de relschoppers het gedrag toeschreef aan honger en verveling. Een hongerige heeft echter geen smartphone in zijn hand of de behoefte zo maar wat rond te rijden in een auto of op een scooter: dat zijn immers materiële dingen die verruild zullen worden omdat juist de honger eerst moet worden gestild.

De relativering omtrent de gebeurtenissen in Zaandam bleef ook niet lang op zich wachten. Het is gewoon een groepje kwajongens zoals we die altijd wel hebben gehad. Een lokaal incident die door de media in haar jacht naar sensationele content uitvergroot werd tot landelijke proporties. Als het nieuws je vooringenomenheid onderuit dreigt te halen dan probeer je het te te bagatelliseren. Bijvoorbeeld door ze als “culturalistische kwestietjes” te beschouwen met altijd de zelfde uitkomst: namelijk dat de draai naar rechts daarbij vaste prik is. De problemen beschouwen als “kwestietjes” is de bagatellisering ten top.

Nauwlettend gadegeslagen door de talrijke anti-­discriminatiegroepen en gesteund door andere belangenverenigingen verliezen ook de gezagsdragers als de politie bevoegdheden en autoriteit. Een voorbeeld daarvan is het gefilmde “optreden” van de politie in Zaandam nadat een man eerst van zijn fiets werd geslagen.

 

De politie is in dit filmpje je beste vriend. Enig idee waarom die Turk symbolisch iets gooien mag naar het politiebusje? Waarom geef je ze een high five of lach je überhaupt met ze mee? Veronderstel, beste lezer, dat u ditzelfde zou doen in de Verenigde Staten of in Istanbul, het land van Erdogan….zie er maar eens uit te komen uit het cachot waar uw vrome wereldburgers u hebben ingegooid op een rantsoen van brak water en beschimmeld brood.

Een van de relativeringen is dat we ons zelfbeeld als trotse Hollander niet als norm moeten gebruiken voor de immigranten en allochtoonse minderheid. Hoe is dat omgekeerd? Een proef om de tolerantie onder allochtonen te testen is het volgende.

Ga eens als orthodoxe Jood verkleed door de Schilderswijk lopen. U zult niet weten wat u allemaal over u heen krijgt. Gaat een allochtoon door Duindorp en wordt deze bespot, bespuugd en vernederd door de locals, de wereld van de media zal barsten uit zijn voegen om dit schandaal van racistisch geweld aan de kaak te stellen. In Zaandam en in de vele prachtwijken van onze grote en kleine steden komen de allochtonen er mee weg. Ik ken iemand die voor haar werk de Haagse Schilderswijk regelmatig moet bezoeken. Tijdens het vrijdagmiddaggebed staat het godvrezend volkje rondom de moskee haar aan te staren met een blik van wat ze eigenlijk komt doen?

Waarom spreken de leiders van Turkse culturele of politieke organisaties zich niet uit? Waarom zwijgen de Imans? Waar blijft hun antwoord waarin zij zich unaniem en onherroepelijk distantiëren van wat hun schattige kroost in onze wijken uitvreet? Zij hadden hun geloofwaardigheid en autoriteit kunnen vergroten. Zij verkiezen niets te zeggen.

Het is duidelijk dat de nederigheid en het slachtofferschap van toen is ingeruild voor zelfoverschatting. Zij beheersen de nationale discussie, gesteund door de media die hen nimmer iets in de weg heeft gelegd. Zij annexeren de publieke ruimtes en eisen die voor zich op. Het vrije woord en de vrije nieuwsgaring worden verzocht op te rotten. Zij bepalen wat wel of niet getoond mag worden in het museum of op het toneel. Zij vallen ons aan op de verworvenheden waarvoor hard gewerkt en voor gevochten is. De tata’s moeten daar respect voor hebben. Zo zeggen zij dat in dat verachtelijke straattaaltje van ze, vol ghetto-rap jargon, vet aangezette r’s en brokken Turks of Marokkaans erdoor. De ganse dag in bolide’s rijden met luide boomboxen met de attitude van onschendbaarheid: “Kijk ons eens, man….je kunt ons niks maken

De waarderelativering heeft de westerse cultuur aangevreten als een stinkende rottende schimmel waardoor alles wat waarde heeft waardeloos werd en weerlozer dan ooit. Het volk dat wegkijkt en er als een zak aardappels bijstaat, knipperend met de ogen en met een bek vol tanden, de kanker kaaskoppen dus, van dit volk is niet veel meer te verwachten. Het maakt geen ernst meer om de dingen te verdedigen tegen de barbarij van het alomtegenwoordige gajes. Het politieke midden dat er voor had kunnen zorgen dat de extremen aan beide kanten van het politieke spectrum (rechts­extremisme contra profilering met kalifaten en sultanaten) weinig mogelijkheden zouden hebben gekregen tot profilering, is verdwenen.  Wat resteert is een verdere groei der extremen en een nihilisme dat zich vermomt in een hedonistische en materialistische levenswijze die het leven uiteindelijk niet draagt.

Ondanks dit alles ben ik van mening, al weet ik niet waar dit op gebaseerd is, dat het brutale en asociale deel van de etnische minderheden niet voor het geheel staat. De meerderheid heeft geen probleem met ons en is geïntegreerd. Het laat niet onverlet dat nieuwe generaties zich profileren en aan hun opmars van identiteit bezig zijn. Maar over welke identiteit spreken wij? Identiteit is een verkeerd woord.

Je verbonden voelen met het land waar je al of niet in bent geboren en waar je verblijft is een beter woord. Het is de verbondenheid die is gegroeid met ’s lands geschiedenis, cultuur en taal. Die verbondenheid biedt de mogelijkheid om wat er in ons hoofd en hart leeft te delen met anderen. En wat wij moeten delen is onze gemeenschappelijke menselijkheid. De verschillende manieren om dit menselijke uit te drukken, vormen de rijkdom van een cultuur die deze opgave niet verloochent. Alleen dan heeft de multiculturele samenleving een kans van slagen. Ik vrees echter dat dit voorlopig een utopie blijft. Het delen van onze existentiële gemeenschappelijkheid is eenvoudigweg onmogelijk met een groeiende onderklasse die vooralsnog weinig animo daarvoor heeft.

 

***
Facebook
Google+
https://www.opwegnaarmorgen.nl/2016/09/17/groeten-uit-rotterdam/
SOCIALICON
SOCIALICON

Geef een reactie

Enjoy this blog? Please spread the word !