Een valse uil uit de polder

Een valse uil uit de polder
In de Klassieke Oudheid werd de uil doorgaans als symbool van wijsheid gezien voor levenservaring, al of niet gecombineerd met geleerdheid. Als je deze twee bronnen kan verenigen met een scherpe geest en begenadigd schrijftalent dan komen schrijvers en denkers in aanmerking om als een wijs mens iets te kunnen vertellen over onze samenleving. Met een van die uilen in de moderne tijd zijn wij in ons polderland gezegend of belast –afhankelijk of je het met de man in kwestie eens bent of niet. Aan het woord is Bas Heijne:

Het populisme uitgedragen door mensen als Donald Trump en Geert Wilders is geen exces maar een exponent van onze cultuur. Het populisme biedt twee beloftes: het biedt een radicale versimpeling van de complexe werkelijkheid en het belooft herstel van het individu als autonoom wezen. De idealen van de verlichting en het realiteitsprincipe (namelijk dat ’s mensen lusten moeten worden aangepast of zelfs opgegeven ten bate van verder gelegen doelen of latere bevredigingen) komen onder druk te staan.

 ‘Het is tijd voor een nieuw beschavingsideaal’,  De Correspondent

 

In zijn laatstgeschreven essay ‘Er is alleen nog maar toon en geen debat‘ dat in 2016 op het einde van het jaar in de NRC Handelsblad verscheen, vraagt Bas Heijne zich af of bijvoorbeeld de media niet blind zijn geweest voor de ‘opstand der horden’ zoals die in de VS met de verkiezingswinst van Trump heeft plaatsgevonden. Verder vervolgt hij met de vraag of alle groepen in de samenleving wel voldoende zijn gehoord en laat hij in het kort de verschillende perspectieven op wereld en samenleving zien die volgens hem een ideologische basis hebben. Die tegenstellingen zijn:

 

Universalisme  –  Nationalisme
Gelijkheidsdenken – Groepsdenken
Streven naar gezamenlijkheid – Identitaire eigenheid
Verlichtingsidealen – Eigenheid van culturele en historische karakter

Om bij de eigenheid van ’s lands cultuur en historie te beginnen: hoe komt het toch dat in het licht van de multiculturele samenleving de (niet-westerse) subculturen zoveel ruimte krijgen wat betreft hun specifieke uitingen van traditie en geloof? Een groot deel van de bevolking namelijk heeft het gevoel dat de Westerse cultuur langzamerhand wordt aangepast om vooral de (vermeende) superioriteit en kwaliteiten ervan niet als basis te gebruiken om anderen de maat te nemen. Wellicht is het relativisme van Westerse waarden het uiteindelijke resultaat van het Verlichtingsdenken dat de Westere cultuur heeft laten vastlopen. Hoewel de idealen van de Verlichting een stap vooruit betekende naar minder knechtschap en meer mondigheid ondervinden we tegelijk dat zij niet voldoende de onttakeling door het post-moderne tijdperk tegen heeft gehouden. Bas Heijne benadrukt dit gebrek aan dimensie door te zeggen dat “wat we nodig hebben niet zozeer feitelijkheid is maar ideologische eerlijkheid.”

Als we zo’n typische culturele en Westerse kenmerk eens als voorbeeld nemen, en wel het Kerstfeest. Behalve voor belijdende Christenen is Kerstmis voor de meeste Westerlingen een geseculariseerd stiltemoment in het drukke schema van arbeid en privébestaan. Desalniettemin, zowel atheïst als gelovige gaat Kerstmis ter harte. Doch in de dynamiek van de huidige tijd valt een behoedzaamheid op om Christelijke, voor het Westen kenmerkende, symbolen niet al te zeer te benadrukken. Dit werd al gauw opgevat als een knieval voor etnische minderheden die geen boodschap hebben aan wat ons in de Kerstdagen bezig houdt. De ophef daarover in traditionele en sociale media vond Bas Heijne een opgeklopte hype en volkomen onzinnig omdat het volgens hem niet of nauwelijks in de samenleving zou spelen. Bas Heijne vindt het zelfs überhaupt geen kwestie maar de zich gekrenkt voelende samenleving zou doen alsof dat wel zo is.

Kijk eens aan. Het is nogal wrang om te schrijven dat het koesteren van Kerstmis alleen maar een hype is en wordt aangewend om een geseculariseerd Christelijk feest te misbruiken voor het eigen culturele gelijk. Dit alles speelde nog voordat de aanslag op de Berlijnse Kerstmarkt (19 december 2016) zou plaatsvinden. Aanvankelijk ging het om ‘triviale’ zaken als vervanging van ‘Kerstdiner‘ in ‘Feestdiner‘ en dergelijke. Dit werd gezien als uitverkoop van al wat het Westen zo gevormd heeft. Juist de aanslag in Berlijn op een Kerstmarkt werd uitgelegd als een aanval op een van de kenmerken van de Westerse cultuur. Naast de vanzelfsprekende walging over deze daad lijkt Bas Heijne in zijn essay zijn schouders erover op te halen over de veronderstelling dat de aanslag als een aanval op het religieuze hart van het Westen moet worden uitgelegd.


Bas Heijne (1960) is schrijver, vertaler, essayist en columnist (o.a. voor de NRC Handelsblad). Winnaar van de Henriette Roland Holst-prijs voor *Hollandse toestanden*, presentator van het VPRO televisieprogramma *Zomergasten* (2008) en P.C. Hooft-prijs 2017 winnaar voor zijn beschouwend proza.

Met zijn overziende blik ziet hij debatten over de samenleving gevoerd worden vanuit een gebrek aan samenhang waaraan anderen niet volwaardig mogen deelnemen. Terecht vraagt hij zich af waarom het debat is vervallen tot ‘narcistische zelfuitingen’ waarbij de ander als tegenstander wordt gezien vanwege het potentiële gevaar van aanvallen op het eigen gelijk.

Ik zou zeggen: begin daar dan eens mee! Van de kant van de intellectuele elite is daar weinig van te merken geweest. Stereotype beelden over het electoraat van een te minachten politieke partij waar nooit MET maar altijd OVER gesproken werd is daar een voorbeeld van. Schrijven in de behaaglijke wereld van het neo-intellectuele mandarijnendom over het onbehagen in de cultuur leidt op die manier niet tot de oplossing van praktische problemen.

Is er sprake van gelijkwaardigheid wanneer men bevangen blijft in het eigen morele gelijk in plaats van zelfs maar de geringste poging te doen om eens beter te luisteren? Het helpt daarbij niet erg als men de tegenstander bij voorbaat schoffeert, ook al is die laatste ermee begonnen.

De intentie om het debat terug te veroveren op het geschreeuw blijkt echter in de praktijk weleens vergeten te worden. Zoals ik eerder in een ander bericht schreef: het is nooit een debat geweest omdat de gevestigde orde de noodzakelijke bestanddelen daarvan zoals openheid, twijfel en zelfreflectie geenszins op hunzelf toepast maar dat wel van kritische burgers verlangt.

In de column van zaterdag 7 & zondag 8 januari 2017, getiteld ‘Schoon schip'” behandelt hij weer de onvrede in de samenleving en zegt dat het de kant opgaat naar ‘minder minder democratie’ onder een premierschap van de democratische anti-democraat Wilders:

De incarnatie van de wil van het volk….een gedroomde alleenheerser in coalitieland, een polder Poetin

Wat een uitglijder is dit! Waarom zou het benoemen van een integraal probleem in de samenleving hetzelfde zijn als een roep om minder democratie? Dit sluit naadloos aan op de opmerking van zijn NRC collega Tom Jan Meeus die immers stelde dat de opkomst van de PVV al een beproeving genoeg is voor de democratie. Je zou er bijna zelf aan toevoegen: ‘nou, dan kan zo’n terroristische aanslag er ook nog wel bij!’

We hadden het eerder over de noodzaak om het debat te bevrijden van de lelijke woorden en de vooroordelen. Wat hij hier echter laat zien overschaduwt deze nobele intentie door zijn afkeur van het rechts populisme dat kennelijk geheel beneden zijn niveau is. Het terugkerende thema in zijn columns is het fascistoïde dictatorschap van een foute partij die bij voorbaat al weggezet wordt als een gevaar voor democratie. Die opvatting komt overeen met de algehele politieke opvattingen van NRC Handelsblad. Daarmee bewijst hij dat hij niet over de onafhankelijkheid van denken beschikt die juist voor onze tijd nodig is.

Het is meer dan jammer dat dit intellect zich leent voor de propaganda van het linkse verkalkte gedachtegoed. Zijn columns en essays zijn vervallen tot pamfletten voor het eenzijdige gelijk welke het debat al decenia lang domineert. Achter de filosofische fatsoensretoriek verschuilt zich het fundamentalisme van zijn broodheren: die van de ‘slijpsteen voor de geest’, zoals ze hun ‘krant met diepgang’ omschrijven. Het gezonde verstand en verlichtingsdenken van zijn correcte jargon walmt je als een rookgordijn tegemoet om dan ineens als een donderslag bij heldere hemel zijn ware aard te tonen.

En zo krijgt deze uil gelijk het eeuwenoude symbool met grote ogen en starre doordringende blik een andere betekenis: de uil van Minerva vliegt pas uit bij het invallen van de duisternis.

Facebook
Google+
https://www.opwegnaarmorgen.nl/2017/01/18/een-valse-uil-uit-de-polder/
SOCIALICON
SOCIALICON

Geef een reactie

Enjoy this blog? Please spread the word !