Een nieuwe lente en een oud geluid

Een nieuwe lente en een oud geluid

Amsterdam, Warmoesstraat 19e eeuw


In de periode 1886-1889 schreef de dichter Herman Gorter zijn beroemde “Mei” waarvan hieronder de eerste bekende regels:

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –
In huis was ’t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht klonk laat
nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.

Het leven was aan het einde van de 19e eeuw niet gemakkelijk. Er viel nog een hoop te doen aan sociale rechtvaardigheid en het bestrijden van armoede onder wat men noemde het proletariaat. De gemoedelijke sfeer die in deze verzen wordt opgeroepen is hemelsbreed verschillend van de drukke, overbevolkte kakofonie van de gemiddelde steden van nu. Zonder nu het verleden te idealiseren, kunnen we het niet helpen deze eerste regels van Gorter’s Mei te zien als een beeld van een inmiddels voorbije wereld. Sterker nog: de verwoorde gedachten en gevoelens van die regels zijn vreemd geworden voor onze perceptie in de huidige tijd.

Het gedicht vervolgt met:

Dan blies een jongen als een orgelpijp,
de klanken schudden in de lucht zo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ’t bosje opgaat en zijn reis begint.

Na de aanslagen in verschillende plaatsen in Europa van deze nieuwe lente zou dat beter kunnen worden veranderd in:

Dan blies een jongen zich op
De explosie schudde de lucht zo rijp
als nieuwe granaten, wen de rook
in ’t bosje opgaat en zijn reis begint.



Met dank aan de tweet van Shiraz Maher. Goed om even bij stil te staan hoe de oogst er tot nu toe uit ziet, met een kleine correctie dat na de 21e april inmiddels het dodental met 2 is gestegen:

  • Westminster Bridge, London : 6 doden
    Metro in St Petersburg, Rusland : 14 doden
    Stockholm, Zweden : 5 doden
    Aanslag op politie Champs- Elysées,Parijs : 2 doden
    Bergbom, poging tot aanslag op politie, Strabane, Noord Ierland : geen doden of gewonden

Hoeveel doden en gewonden zouden er in die zelfde periode zijn gevallen door verkeersongelukken? Hoeveel huisvrouwen/mannen vielen er van een keukentrapje met dodelijke afloop? Verbijsterend hoeveel reacties er altijd weer opduiken om het aantal slachtoffers van terreuraanslagen te vergelijken met “gewone” slachtoffers door verkeersongelukken of in huis. Wat wil men met deze statistieken van koude cijfers eigenlijk bewijzen?

Is het een gezonde dosis nuchterheid om wat er in de wereld gebeurt binnen proporties te houden? Is de hardnekkige ontkenning bedoeld om rechts populisme niet te laten profiteren van de situatie? Gaat het om een methode om zaken beheersbaar te houden door te weigeren bepaalde feiten onder ogen te zien? Maar wat verstaan we tegenwoordig nog onder feiten? Vanuit het perspectief van verdraaiing en berekende controle ontkracht men zowel de betekenis alsmede de daad van het woord “terror” door dit te vervangen als “incident”. Vooral die laatste betekenis heeft iets van een probleem dat rationeel en met planning kan worden opgelost.

Is de weigering om tot reflectie te komen en het eigen gelijk te bekritiseren een verdringing van het besef dat men het jarenlang gewoon mis heeft gehad? Een dergelijk inzicht zou immers een teken zijn van eerlijke intellectuele daadkracht. Maar daadkracht is ver te zoeken evenals intellectuele eerlijkheid.

Een eerste stap zou de erkenning zijn van het kwaad, in al zijn vormen en gradaties. Dat klinkt nogal godsdienstig. De christelijke godsdienst gaf het kwaad altijd een plaats maar spoorde niettemin aan om onze vijanden, immers de representanten van het kwaad, lief te hebben:

“Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen.”

Mattheus 5:43

Heden ten dage is de geseculariseerde socialistische heilstaat Zweden een fanatieke uitvoerder van dit gebod. Vreemd hoe men via een omweg weer uitkomt op een vorm van nederigheid die de vijand in plaats van die te bestrijden juist ruimte biedt voor een beter begrip van zichzelf. Het is de omgekeerde wereld van het Oude Testament dat een meer robuuste en militante houding propageert tegenover hen die het op anderman’s leven hebben gemunt:

En de HEERE, uw God, zal al die vloeken leggen op uw vijanden en op uw haters, die u vervolgd hebben.

Deuteronomium 30:7

Maar wat hebben niet-gelovigen daar nu aan? Wat is nu eigenlijk dat Kwaad? Ronkt het woord ‘kwaad’ niet teveel naar het tegenovergestelde halleluja van het ‘goede’? Ruikt een dergelijk achterhaald concept niet naar de schroeilucht uit de neusgaten van een rode figuur met staart en hoorntjes op de schedel? De courant Trouw had een serie over het kwaad afgesloten met een typische filosoof van deze tijd. Op de vraag of we ons niet vergissen door te stellen dat er überhaupt geen mensen zijn die er op uit zijn om ons kwaad te doen, antwoordde de wijsgeer met:

“Ik geloof echt niet dat die mensen er zijn.”

Simon Critchley Zie Trouw (de verdieping)

Waarom is zo iemand een typische denker van deze tijd? Omdat hij de definities van Goed en Kwaad, van Waarheid en Leugen niet meer als vanzelfsprekend beschouwt. Deze fundamentele begrippen verbergen de illusies die al door verschillende denkers in de Westere geschiedenis blootgelegd zijn als loutere machtsaanspraken voor overleving. Er is geen metafysische basis meer waarop het Goede, het Rechtvaardige en het Schone gebouwd kunnen worden. Het zijn kenmerken van onze creativiteit en niet van de werkelijkheid zelf. God als absolute grond voor ons denken en handelen is bij ons al een lange tijd een achterhaald concept geworden.

In alles wat wij heden ten dage meemaken zien wij de deplorabele culturele situatie van de Westerse wereld met zijn waarderelativisme en ontspoorde en ongeremde moraal. Tegenover regressieve ideologieën en de clash van op drift geraakte mensenmassa’s die de stabiliteit van monoculturen op de proef stellen, moeten wij langzamerhand beseffen dat het ten diepste niet een politiek maar een cultureel probleem is dat een bezinning vereist.

De wereld van nu heeft andere denkers nodig die tot de erkenning moeten komen dat het kwaad tot een van de ondoorgrondelijke aspecten van ons menszijn behoort welke met geheel onze kracht moet worden tegengewerkt. En dat is geheel iets anders dan het Kwaad als een sociale constructie te zien welke bijna op een vergoelijken of een versimpeling ervan neerkomt.

De weg die de op diversiteit gerichte open samenlevingen bewandelen behoort afgewezen te worden. Ideologieën die aanzetten tot haat en moord dienen nooit en te nimmer tot aanvaardbare risico’s van de nieuwe vrije wereld te horen.

Het gedicht Mei van Herman Gorter eindigt aldus:

Ik groef een graf waar golven komen toe-
Dekken het zand en legde haar daar neer,
Daarover zand: de golven komen weer
En dalen weer met lachen of geschrei –
Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.

Facebook
Google+
https://www.opwegnaarmorgen.nl/2017/04/28/een-nieuwe-lente-en-een-oud-geluid/
SOCIALICON
SOCIALICON

Geef een reactie

Enjoy this blog? Please spread the word !