Een Standbeeld voor de Hoofddoek

Een Standbeeld voor de Hoofddoek

Op dit moment bedraagt het aantal moslims in Nederland nog geen tien procent van de bevolking. Hoe komt het dan dat ondanks dit lage percentage deze minderheid zoveel invloed uitoefent op onze samenleving?

Het taboe op discriminatie staat zo diep in de Hollandse ziel gegrift dat minderheden een beschermde status krijgen en zo veel mogelijk worden ontzien. De kleine tien procent die uit moslims bestaat wordt beschermd door bestuurlijke elites binnen allerlei soorten organisaties en instellingen, door politieke partijen, door het in diversiteit gelovende deel van het electoraat en door de macht van de media.

Voor veranderingen van de cultuur heb je slechts het propaganda-apparaat nodig van de media en een kritiekloze publiek. Zo kan de agenda van een qua aantal verwaarloosbare minderheid bepalend worden voor de koers van een gehele samenleving.

Nadat we eerst de affaire rondom de hoofddoek bij de politie hebben gehad blijft dit kledingstuk regelmatig om aandacht vragen. Zoals in de vorm van een kunstwerk dat in de openbare ruimte van mijn woonplaats Den Haag, bij het Stadhuis op de plek tussen de Openbare Bibliotheek en meubelwinkel Hulshoff, in 2014 was geplaatst. Dit beeld aan het Spui draagt de titel “Vriendinnen”. Een twitterbericht van iemand die Den Haag kortgeleden had bezocht, maakte melding van dit beeld dat mij al die tijd niet eerder was opgevallen.

Het moet de afspiegeling voorstellen van ons huidige straatbeeld van behoofddoekte moslima’s. De initiatiefnemers voor het laten maken van dit standbeeld hebben geen moeite met datgene waar de hoofddoek voor staat, namelijk als symbool van Islamitische fundamentalisme.

Het is niet uitgesloten dat de hoofddoek een persoonlijke, diep gevoelde religieuze identiteit symboliseert. Die hernieuwde of ontdekte identiteit kan het resultaat zijn van een innerlijke proces van zoeken naar waarheid. Maar in hoeverre is het dragen van boerka, niqaab of hoofddoek de gewenste uitkomst van zo’n proces? Dat is moeilijk te zeggen. Wanneer we echter kijken naar wat het voor vrouwen in Islamitische landen betekent kunnen we niet anders concluderen dan dat het een sociale verplichting is waar ze niet gemakkelijk van afkomen. Het is immers die vrouwen niet toegestaan uit vrije keuze de hoofddoek niet te gebruiken. Die vrijheid heeft men in het Westen wel maar de vraag is hoe vrij die keuze nu werkelijk is geweest.

Het dragen van een hoofddoek is, zo meen ik te stellen, in vele gevallen niet het resultaat van een zoektocht naar religieuze identiteit maar ontstaat naast een sociaal genetische DNA vooral door druk van buitenaf. De verinnerlijking van deze factoren doet het voorkomen alsof het dragen van religieuze symbolen zoals de hoofddoek een persoonlijke keuze is.

Zoals gezegd ervaren veel vrouwen in Islamitische landen de hoofddoek als een vorm van vrijheidsberoving. De daarmee opgelegde onderdanigheid die ze veelal moeten slikken omdat men hoe dan ook wilt overleven maakt hen afhankelijk van een strikt door mannen in elkaar geflanste pseudozedelijkheid. Deze verplichte zedelijkheid beschermt moslima’s van de voze blikken van de mannen binnen hun eigen geloofsgemeenschap en weert onmiddellijk de ongelovige mannen af die zich niets op de hals moeten halen. Waarbij men dan nog moet toevoegen dat de opgewekte lust bij mannen louter te wijten is aan de vrouwen die hun eerbaarheid, al was het maar voor een moment, niet strikt naleven. Beheersing en ingetogenheid onder moslims is klaarblijkelijk een groot probleem.

In het verzwakte en cultuur-relativistische Westen echter heeft de hoofddoek een tragische symbolische wending gekregen: het staat voor de erkenning van de godsdienst van de vrede en voor emancipatie van moslima’s die plotseling zichzelf kunnen zijn. Van onderdrukking en discriminatie is de hoofddoek in dit deel van de wereld een symbool van vrijheid en assertiviteit geworden.

Wat schreef Sylvain Ephimenco , jaren geleden in de Trouw?

 

Voor de moslimfundamentalisten is de hoofddoek een politiek instrument dat hun invloed zichtbaar maakt, een werktuig om een eerste bres te schieten in de seculiere wal die de vervloekte wereld van de ongelovigen omheint.

Weg met de hoofddoek, Trouw 21 februari 2004

en nog verder:

Dit betekent dat de verplichting voor moslima’s om hun haar te bedekken niet alleen afgedaan kan worden als een onschuldige uiting van identiteit of cultuur, maar wel degelijk een kernwaarde vertegenwoordigt voor de orthodoxe islam

 

De acceptatie van Islamitische symboliek is voor de linksliberale politiek een project. De angst voor discriminatie schept faciliteiten die het fundamentalisme over het hoofd ziet dat door deze kledingdracht wordt gepresenteerd en waarmee men zich openlijk manifesteert. Men ziet hierin slechts een onschuldige presentatie van vrije keuzes en niet het onder dwang en geweld conformeren aan een dubieuze orthodoxie.

De opkomst van de hoofddoek op straat en op de werkvloer staat niet los van andere tendenzen in de huidige samenleving waarvan we zo langzamerhand allemaal wel weet hebben: aanpassingen van lesstof op scholen, het betwisten van de autoriteit van vrouwelijke docenten, de betwijfelde holocaust, het gebruik van openbare ruimten als gebedsplek of de segregatie bij zwembaden.

Dit alles en nog meer wordt gesymboliseerd door het textiel waarmee het meestal prachtige haar moet worden bedekt. Het is een provocerende kuisheid die behalve vragen opwerpt ook uitdaagt en bewust het verschil met de decadente, niet-islamitische omgeving wil maken. De hoofddoek vertegenwoordigt de onwenselijkheid van kritiek, prefereert de Sharia wetten boven die van de Westerse rechtsstaat en betwijfelt de voordelen van persoonlijke vrije keuzes.

De Nederlander heeft de neiging bepaalde zaken te bagatelliseren en zodoende om te vormen tot irrelevantie. Men moet zich meestal niet te veel druk maken om dingen die eenmaal zo lopen. Probeer het beste er van te maken want je kunt er verder toch niets aan doen, dat zegt de ruggengraatloze burger van nu.

Aldus wordt de Islam gepopulariseerd als onderdeel van onze Micky Mouse cultuur, met dien verstande dat de Islam meer het sprookje van de boze wolf symboliseert.

Beseft men eigenlijk wel wat er hier gebeurt? Weten de initiatiefnemers van deze verrijking van de openbare ruimte eigenlijk wel wat ze aanrichten? Wie is die initiator eigenlijk? De gemeente Den Haag? Zoals te lezen staat:

De initiator van de Beelden-Galerij nodigde Tony van de Vorst uit om een sculptuur van een moslimvrouw te maken. De moslimvrouw is namelijk niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving.Het moet een kleurrijk maar ingetogen beeld voorstellen en een weergave van het dagelijks leven zijn.

Den Haag Direct 4 september 2014

 

Behalve het ‘pleasen’ is het pure hielenlikkerij en onderwerping aan de politieke Islam. Een godsdienst waarvan de metafysica eeuwenlang is blijven stilstaan, met een bedenkelijke reputatie van verovering en gewelddadigheid die hier blindelings genormaliseerd wordt en die met de status als kunstwerk letterlijk en figuurlijk op een voetstuk is gezet.

 

Als Europa nu niet opstaat tegen de hoofddoek- en de opvattingen over vrouwen die zij representeert -dan zullen er binnen één generatie veel steden in Europa zijn waar geen enkele ongesluierde vrouw nog comfortabel en veilig kan wandelen. Het verbieden van de boerka is zonder twijfel een ernstige aanslag op het ideaal van de religieuze vrijheid. Het is het signaal van een wanhopige maatschappij. Niemand heeft het zo ver willen laten komen waardoor het nodig is geworden. Maar het kwam zover en het is nodig.

Claire Berlinski, Hoeiboei februari 2011

 

Dit standbeeld in Den Haag kan nooit een symbool zijn van emancipatie. Alleen een bevestiging van fundamentele ondergeschiktheid van vrouwen en hun beperkte rol als bezit van hun despotische huismannen. Dit zal niet door de vermaledijde initiatiefnemers van het ‘te gekke’ beeldje zo gezien worden.

Er is ten opzichte van deze Westere vertroeteling geen grotere tegenstelling mogelijk dan met de penibele situatie van bijvoorbeeld Iran waar sinds het einde van de zeventiger jaren een steeds sterkere inperking op kledingvoorschriften van kracht werd. Is het niet buitengewoon wrang dat terwijl wij in het Westen beelden plaatsen die een symbool van vernedering en inperking betekenen, juist onder vrouwen in Iran het heimelijke verzet tegen het verplicht te dragen kledingstuk aan het groeien is?

Onder het mom van ‘respect’, een volkomen gedegenereerd woord dat nergens meer voor staat, schuilt de subtiele islamitische censuur: kerstmaand wordt feestmaand, paasfeest wordt lentefeest, palmtakken of kruissymbolen moeten worden aangepast. Het woord ‘allochtoon’ dient te worden geschrapt, net als ‘islamitisch’ of ‘terrorist’. Tentoonstellingen dienen zich te houden aan de Islamitische keuringsdienst die onze verlichte kosmopolitische deugdmensen uitoefenen in al hun laffe ijver.

Hoe krijgen ze het voor elkaar! Een percentage van nog geen 10 procent die al op dergelijke manier niet alleen het straatbeeld maar de gehele cultuur zonder al te veel tegenstand stelselmatig verandert. De liberale deugdmens koestert een islam die hij/zij in feite niet kent. Het cultuureigene van Islamitische groepen in de moderne samenleving wordt ongemoeid gelaten in plaats van de noodzakelijke hervorming te stimuleren. De deugdmens verdedigt echter zijn onveranderlijke Islamitische project en materialiseert zijn eigen onwetendheid en onkunde in een beeld van twee meiden met hoofddoek als symbool van culturele verrijking.

De aldus ontstane ‘verharmlosung’ is een metamorfose van het wegkijken en de onwetendheid. Doel is het salonfähig maken van de Islam, als een eerbaar en vooral onschuldig onderdeel van de diversiteitssamenleving. De Islamcritici zijn azijnzeikerds, pessimisten of neo-fascisten.

De naïviteit van velen, zoals met dit standbeeld voor de zoveelste maal weer is aangetoond, is een teken van zwakte en van domheid, die verwijtbaar zijn.

Facebook
Google+
https://www.opwegnaarmorgen.nl/2017/07/15/een-standbeeld-voor-de-hoofddoek/

4 comments on “Een Standbeeld voor de Hoofddoek

  1. Hoe moeilijk kan het zijn daarop een klein ijzeren naamplaatje vast te lijmen met het woord ZELFISLAMISERING en de ondertitel: Een van de vele gezichten.

  2. hansvandemortel

    Wie zich met een hakenkruis omgordt, is overtuigd van de waarde van het nazisme en vooral – in de eerste plaats – de ideeën van Hitler. Wie als moslim zijn hoofd bedekt met een kopvod doet dit om de islam een dienst te bewijzen en de historische profeet te gerieven. De facto is het rechtstreeks propaganda maken voor de historische Arabische figuur Mohammed die berucht is geworden als roverhoofdman die het overvallen en beroven van handelskaravanen in de Arabische woestijn niet kon laten. Uiteindelijk eindigde Mohammed als een weerzinwekkende sadistische onmenselijke psychopaat en oorlogsmisdadiger. vanuit deze kennis is de behoefte van de kopvod ontstaan om Allah, als de knecht van Mohammed, op hetzelfde voetstuk te plaatsen als Mohammed.

    Het standbeeld met de twee kopvod meiden is symbolisch voor wat de Koran leert, namelijk dat de waarde van twee moslim vrouwen gelijk staat met de waarde van één moslimman.

Geef een reactie

Enjoy this blog? Please spread the word !